De periode van de loondoorbetalingswet moet worden teruggebracht. Dat vinden werkgeversorganisaties. Ze leggen daarom hun aanpassingen van de loondoorbetalingswet op de onderhandelingstafel van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie neer.

Één jaar salaris doorbetalen bij ziekte

De partijen lieten tijdens de verkiezingscampagne al doorschemeren open te staan voor een kortere periode. Zo denkt de VVD over één jaar salaris doorbetalen bij ziekte. Het CDA rept over acht weken. De ChristenUnie en D66 willen vooral de kleinere werkgevers tegemoetkomen.

Werkgevers willen dat de wet Verlenging Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte (VLZ) van tafel gaat, waarom?

Omdat de huidige wet veel te duur is en het ondernemers ervan weerhoudt om personeel aan te nemen/een langdurig contract te geven. Maar er zijn meer argumenten:

  • De ondernemer draait nu op voor iets waar hij weinig aan kan doen. 
  • Een kleine ondernemer met een handjevol vaste krachten in dienst komt ernstig in de problemen als een medewerker ziek wordt. 
  • Als werkgever moet je er alles aan doen om je zieke medewerker snel weer aan het werk te krijgen omdat je anders de kans loopt ook het derde ziektejaar te betalen.
  • Voor elke werknemer die uiteindelijk arbeidsongeschikt raakt, stijgt de premie die de werkgever jaarlijks moet betalen. 
  • De verantwoordelijkheid voor ziek personeel ligt nu helemaal bij de werkgever.

Wat houdt de Verlenging Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte (VLZ) in?

De VLZ (20014) is een wet in een serie maatregelen die begin jaren negentig van start ging. Het ziekteverzuim lag in de jaren negentig op bijna 7 procent. Nu is dat iets onder de 4.

De ziektekosten van werknemers waren een enorm grote kostenpost voor de overheid. Dus vanaf 1994 moesten werkgevers de eerste twee weken ziekte van personeel zelf betalen, voor grote bedrijven was dat zes weken. In 1996 werd de doorbetaalplicht uitgebreid naar een jaar. De gedachte was dat als een baas het in zijn portemonnee voelt als zijn verkoopster ziek thuiszit, hij beter zijn best zal doen haar weer aan de slag te krijgen.

WAO

Betrokkenheid voorkomt dat zieken na verloop van tijd geruisloos de WAO in glijden, was de gedachte. Begin jaren negentig meldden jaarlijks honderdduizend mensen zich voor een WAO-uitkering. Tegenwoordig kloppen jaarlijks circa 36.000 mensen bij het UWV aan voor een Wia-uitkering. In de tijd dat de WAO werd opgevolgd door de Wia, besloot het kabinet ook om de loondoorbetalingsplicht te verlengen naar twee jaar.

Wat willen werkgevers nu? 

Werkgeversorganisaties willen terug naar de wet waarbij werkgevers maximaal één jaar doorbetaalden wanneer werknemers bijvoorbeeld overspannen zijn of (niet verklaarbare) ernstige vermoeidheidsklachten. De ABU en VNO-NCW gaan nog een stap verder: zij vinden dat de verplichting om loon door te betalen niet langer dan een half jaar moet duren.

Hoe kunnen de kosten draaglijk worden gehouden?

Er leven bij ondernemers en politiek verschillende ideeën waarmee de kosten bij ziekte in toom gehouden kunnen worden:

  • Laat de werknemer zelf bijdragen voor een deel van de VLZ-premie.
  • Maak loondoorbetaling ziekteafhankelijk. Bijvoorbeeld: betaal bij griep wel door, bij een gescheurde pees door het voetballen niet.
  • Laat werknemers verzuim door privé-ongelukken in zijn geheel zelf betalen. Als een medewerker zijn been breekt bij het voetballen worden werkgevers nu met de kosten opgezadeld. Door omstandigheden dus waar een ondernemer niets aan kan doen. Als de werknemer nu ziek wordt door zijn werk, oké, maar wat kan een ondernemer doen aan de griep?  

Leestip!

Zijn er al oplossingen waar werkgevers nu gebruik van kunnen maken?

Die zijn er zeker, maar lang niet iedereen is daarvan op de hoogte:

  • 70 procent regelingen: Werkgevers hoeven van de wet WLZ 'maar' 70 procent van het salaris door te betalen. Dat is tijdens bijna alle cao-onderhandelingen aangepast naar 100 procent, maar dat hoeft dus niet. 
  • Wachtdagen: Van de wet mogen werkgevers er ook voor kiezen de eerste twee ziektedagen niet uit te betalen. Daar draait de werknemer dan zelf voor op. Dit moet een prikkel zijn voor de werknemer om op bepaalde 'baaldagen' toch te komen. Nog geen 20 procent van de werkgevers maakt hier gebruik van. Eigenlijk alleen uitzendbureaus gebruiken dit, en tot voor kort ook veel schoonmaakbedrijven. 
  • No-riskpolis-medewerkers: Die is er voor werkloze ouderen en mensen met een arbeidshandicap of chronische ziekte. Bij hen betaalt het UWV het loon door als diegene overspannen raakt, griep krijgt of veel erger: als hij of zij getroffen wordt door een levensbedreigende ziekte. De no-riskpolis moet ervoor zorgen dat bedrijven minder huiverig zijn om ouderen of mensen met een beperking in dienst te nemen.

Leestip!

Wat als kanker je werkvloer treft? 4 vragen aan een expert

Hoe groot is de kans dat de politiek de aanpassingen van werkgeversorganisaties overneemt?

De kans dat er ‘iets’ mee gebeurt is groot, internationaal gezien wijkt onze wet erg af van landen om ons heen.

  • Luxemburg hanteert een termijn van vijftien weken.
  • Denemarken hanteert een doorbetalingsplicht van twee weken.
  • Duitsland heeft zes weken.
  • België betaalt maximaal een maand door. 
  • Denemarken hanteert een doorbetalingsplicht van twee weken
  • Finland doet negen dagen.

Geen enkel ander land komt dus in de buurt van Nederland dat werkgevers verplicht om, als het tegenzit, twee jaar lang het salaris van een zieke werknemer door te betalen. 

Bron: Trouw
Beeld: Getty Images