Als iemand te vaak boos wordt of chagrijnig en mopperend door de gangen loopt, is dat niet de persoon die het meest voor elkaar weet te krijgen. Hoe effectief iemand zijn eigen werk ook weet te doen, succes is ook iets dat door collega’s moet worden gegund. Dus doen we allemaal ons best vriendelijk en empathisch te zijn. Doen we soms alsof het weekend van een collega ons echt interesseert, of onderdrukken we onze irritatie. Het smeert de samenwerking. 

Dat neemt niet weg dat er wel degelijk een aantal gelegenheden zijn waarin een boze reactie gepast is. En productief.  Boosheid, of een woede-uitbarsting zelfs, markeert dan de grens die niet mag worden overschreden. Woede slaat piketpalen. 
Want een boze reactie – hoe onaangenaam ook voor de mensen met wie gewerkt wordt – is meer dan alleen maar ‘naar’. Het is ook een teken van emotionele betrokkenheid. Goed gedoseerd en in een beperkt aantal omstandigheden is het ook effectief. Boosheid is een machtig wapen, maar is zoals alle wapens ook potentieel heel schadelijk. Daarom drie omstandigheden die een boze uithaal rechtvaardigen. 

#1: Als dezelfde vraag elke keer opnieuw wordt gesteld

Samenwerken is ook samen groeien en samen ontwikkelen. Als een collega keer op keer op keer dezelfde vraag stelt dan frustreert dat de progressie. Daarnaast kost het onnodig tijd en vooral energie. Dan is het een goed moment om de groeiende irritatie eens te ventileren. Het patroon dat groeit kan worden doorbroken door eens flink uit te halen. Boosheid is productief om te laten zien dat het menens is.   

#2: De volkomen zinloze vergadering

Nog zo’n werksituatie die bijna iedereen wel herkent: de volkomen zinloze vergadering. Dan wordt de meeting niet gehouden om betekenisvolle informatie uit te wisselen, standpunten te delen of een besluit te nemen. Een volkomen zinloze vergadering kenmerkt zich door een voorzitter/organisator die vooral zelf aan het woord is, die door de bewegingen gaat maar geen doel heeft anders dan de vergadering zelf. Vergaderen is een middel om een doel te bereiken, niet een doel op zich. Toch is niet elke volkomen zinloze vergadering grond voor een gerechtvaardigde woede-uitbarsting. Als de organisator onervaren is, nog in zijn leercurve zit, dan is boosheid te vroeg. Dan is het beter om eens feedback te geven. Maar de tijd verspillen van een hele groep. Dat is not done. Dat mag best heel hard gezegd worden.

#3: Als de professionele standaarden worden losgelaten

Het is een terugkerend dilemma voor de meeste van ons. Nu de grenzen tussen werk en privé steeds verder vervagen is professioneel gedrag moeilijker te duiden. Vooral de social media – die de gehele mens met werk en privé centraal stellen – maken het lastig deze grenzen te bewaken. We delen tenslotte alles… 
Maar bepaalde dingen delen we niet. We delen geen persoonlijke informatie of opvattingen over collega’s. Het digitaal roddelen hoeft niet eens kwaadaardig te zijn. Maar het is een grens die niet overschreden mag worden. Ook nu is woede een passend antwoord. Het is een schadelijk patroon dat zich niet mag ontwikkelen en dat met een goed getimede woede-uitbarsting kan worden voorkomen of misschien zelfs wel worden doorbroken. 

Deze voorbeelden zijn ontleent aan een column van John Brandon. Wanneer is boosheid nog meer effectief en gepast? Of is het dat nooit? Wie het weet mag het zeggen.